FR EN DE
Statuut van het Gedenkteken

De wet van 1947

KAREL, Prins van België, Regent van het Koninkrijk,
Aan allen, tegenwoordigen en toekomenden, HEIL.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1. Er wordt een autonome openbare instelling opgericht, die rechtspersoonlijkheid bezit en « Nationaal Gedenkteken van het Fort van Breendonk » wordt genoemd.

Art. 2. De Staat doet aan deze instelling in volle eigendom afstand :

1° van de plaats genaamd Fort van Breendonk, zoals zij zal worden afgelijnd op een plan door zijn diensten op te maken;
2° van alle voorwerpen die er zich bevinden of er zich tijdens de bezetting bevonden.

Art. 3. De taak van de instelling bestaat er in

1° te waken over de bestendige bewaring van de gebouwen en werken van het Fort, alsook van de bij artikel 2 voorziene voorwerpen;

2° alle nuttige maatregelen te nemen opdat het aandenken van het Fort van Breendonk alsook van de gebeurtenissen die er plaats vonden, levendig blijven in de geest van de Natie, haar burgerzin aanwakkere en de vaderlandlievende opvoeding van de jeugd bevordere.

Art. 4. De goederen, die de Staat aan de instelling afstaat, zijn onvervreemdbaar.

Art: 5. Het « Nationaal Gedenkteken van het Fort van Breendonk » wordt beheerd door een raad van beheer bestaande uit vijftien leden.

Art. 6. De vijftien leden van de raad van beheer worden benoemd bij koninklijk besluit voor een termijn van vier jaar.

De gouverneur der provincie, die altijd dient uitgenodigd op de vergaderingen van de raad van beheer, neemt deel aan de vergaderingen van de raad wanneer hij zulks passend oordeelt. In dit geval zit hij de vergadering voor en is stemgerechtigd.

De burgemeester en de secretaris der gemeente Breendonk zijn rechtens lid van de raad.

Vier leden worden gekozen onder de ambtenaars behoorende respectievelijk ; twee tot het departement van Openbaar Onderwijs, een tot het departement van Landsverdediging en een tot het departement van Financiën ; deze laatste neemt het ambt van penningmeester waar. Een lid wordt gekozen onder de ambtenaars der provincie.
De acht overige leden, waaronder, voor zover dit mogelijk is, de voorzitter en de secretaris van de raad van beheer worden aangeduid, worden bij voorkeur gekozen onder de Belgische burgers die in het Fort werden opgesloten of, als er geen zijn, onder de leden hunner familie.

Art. 7. De raad heeft al de machten van beheer dienstig voor de verwezenlijking van het doel van de instelling.

Art. 8. De voorzitter is stemgerechtigd en zijn stem is beslissend. De voorzitter is belast met al de handelingen van dagelijks beheer. Hij heeft, bovendien, al de machten die hem door de raad worden overgedragen.

De raad benoemt het personeel van de instelling en stelt zijn bezoldiging vast.
De voorzitter kan aan een lid van het personeel een deel van zijn attributies betreffende het dagelijks beheer overdragen.

Art. 9. De raad maakt een reglement op data an de goedkeuring door koninklijk besluit is onderworpen.

Art, 10. De inkomsteen van de instelling worden gevormd :

1. uit de opbrengst van het inkomgeld, dat van zekere categorieën van bezoekers zal kunnen geëist worden;
2. uit de onroerende schenkingen en legaten welke de instelling zal gemachtigd zijn te ontvangen, overeenkomstig artikel 910 van het Burgerlijk Wetboek;
3. uit een toelage van de Staat diue jaarlijks, zolang die nodig blijkt, op de begroting van Landsverdediging wordt uitgetrokken;
4. uit de steungelden van de provinciën en de gemeenten.

Art. 11. De raad maakt jaarlijks de begroting van de instelling op en bepaalt de regels betreffende de uitgaven. De betalingen die aan te rekenen zijn op de bij het 3° van artikel 10 voorziene toelage, zijn voor zover het sommen boven 20.000 frank geldt, aan de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de staatsuitgaven onderworpen.
De rekening van de verrichtingen van de instelling wordt jaarlijks aan het toezicht van het Rekenhof onderworpen.

Art. 12. De ambtenaars van het Bestuur der Domeinen zijn bevoegd om authentieke kracht te geven aan de akten welke de instelling aanbelangt.

Kondigen de tegenwoordige wet af, bevelen dat zij met ‘s Lands zegel bekleed en door het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt worde.

Gegeven te Brussel, de 19 Augustus 1947.

De eerste stappen van het Gedenkteken

Op 16 oktober 1947 verschijnt de lijst met de namen van de eerste beheerders van het pas opgerichte gedenkteken. Tussen hen bevinden zich de volgende oud-gevangenen van Breendonk of hun rechthebbenden :

De wetsherziening van 2003

ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1er. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2. Artikel 1 van de wet van 19 augustus 1947 tot oprichting van het Nationaal Gedenkteken van Breendonk wordt vervangen als volgt :

« Artikel 1. - Er wordt een openbare instelling opgericht onder het toezicht van de Minister van Landsverdediging die rechtspersoonlijkheid geniet en die « Nationaal Gedenkteken van het fort van Breendonk» heet. »

Art. 3. Artikel 5 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :

« Art. 5. - Het Nationaal Gedenkteken van Breendonk wordt bestuurd door een Raad van Beheer samengesteld uit een Voorzitter en uit veertien leden. ».

Art. 4. Artikel 6 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :

« Art. 6. - De Voorzitter van de Raad van Beheer wordt benoemd door de Koning op voordracht van de Minister van Landsverdediging voor een duur van vier jaar.

- De veertien leden van de Raad van Beheer worden benoemd door de Koning voor een duur van vier jaar.

De gouverneur van de Provincie Antwerpen is van rechtswege beheerder van het Nationaal Gedenkteken van Breendonk; hij kan zich laten vertegenwoordigen.
De burgemeester van de gemeente Willebroek is van rechtswege beheerder van het Nationaal Gedenkteken van Breendonk; hij kan zich laten vertegenwoordigen.
Een lid wordt benoemd op voordracht van de Franstalige Gemeenschap.
Een lid wordt benoemd op voordracht van de Vlaamse Gemeenschap.
Een lid wordt benoemd op voordracht van de Duitstalige Gemeenschap.
Acht leden worden benoemd op voordracht van de Minister van Landsverdediging, ze worden gekozen op basis van hun morele kwaliteiten en moeten blijk hebben gegeven van een onwankelbare verknochtheid aan de waarden van de democratie.
De Hoofdconservator van het Koninklijk Museum van het Leger en van de Krijgsgeschiedenis is van rechtswege beheerder van het Nationaal Gedenkteken van Breendonk.
De Inspecteur van Financiën bij de Minister van Landsverdediging is van rechtswege betrokken bij de werkzaamheden van de Raad van Beheer. ».

Kondigen deze wet, bevelen dat zij met ’s Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 27 maart 2003.

ALBERT

Actualiteit

Algemeen
Morgen
Vandaag
Gisteren

Bezoek aan het Gedenkteken

Wie zijn we
Het Gedenkteken
Geschiedenis
Virtueel bezoek (360°)
De kunstenaars

Frequently Asked Questions

Geschiedenis
Praktisch
Plan van het fort

Algemene inlichtingen

Openingsuren
Bereikbaarheid
Inkomprijzen
Begeleid bezoek
Restaurant
Fotograferen
Reglement van het bezoek

Leerkrachtenhoek

Inleiding
Praktische gegevens
Infrastructuur
De audiovisuele getuigenissen
Interactieve zaal
Gedenkboek
Plan van het parcours
Pedagogisch dossier
Seminaries
Bibliografie

Contacten en links

Guestbook
Contacteer ons
Links

Online reservering

Seminaries

Fototheek