Jacques OCHS (1893-1971)

 

In 1938 tekent Jacques Ochs, directeur van de Academie van Schone Kunsten van Luik, een karikatuur van Hitler met bloedende handen in het satirische tijdschrift “Pourquoi Pas?”. Hij wordt verklikt en op 17 november 1940 gearresteerd in zijn bureau.

Na opsluiting in de gevangenis van Saint-Léonard in Luik en het gebouw van de Gestapo in de Brusselse Louisalaan, wordt Ochs op 7 december 1940 naar Breendonk gebracht. Hij wordt er gevangene n°56. Majoor Schmitt stelt hem voor de Zeichendienst aan. Ochs moet voor de kampcommandant schetsen maken van de gevangenen. Elke avond moet hij zijn tekeningen toevertrouwen aan de kameroverste die ze aan de SS overhandigt. In werkelijkheid staat Ochs alleen kopieën af en verbergt de originelen. Ochs wordt ziek en wordt overgebracht naar het Militair Hospitaal van Antwerpen, waar hij op 20 februari 1942 door de bemiddeling van koningin Elisabeth vrijgelaten wordt. Hij slaagt er in om het merendeel van zijn tekeningen stiekem het kamp uit te smokkelen.

 

Groep gevangenen

Suhoi

Jacoby

 

Berger & Stein

Gevangene met een matras op zijn rug

Een kamer

 

Bernard Tauber
Nr 25

Chil Kuperman
Nr 36

Paul Levy
Nr 19

Abraham Feldberg
Nr 53

 

Israël Neumann
Nr 22

Le docteur Adolf Singer
Nr 36

Léon Swergold
Nr 545

Joseph Karwan
Nr 83

 

Drie mannen voor de kachel